Raymond de Jaegher

Raymond de Jaegher (1905-1980) wordt geboren in Kortrijk op 13 september 1905. Zijn broer Francis wordt twee jaar later geboren en overlijdt in Luik in 1986. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zoekt het gezin zijn toevlucht in Engeland, om zich nadien in Verviers te vestigen. Raymond volgt zijn middelbare studies (Grieks-Latijns) aan het jezuïetencollege Sint-Franciscus-Xaverius te Verviers.

Hij komt er in contact met de onderpastoor van zijn parochie Sint-Juliana, abbé André Boland, een dynamische priester die in 1922 door pater Vincent Lebbe werd gevraagd om Chinese studenten op te vangen. Raymond stort zich samen met andere jongeren met enthousiasme op deze hulpverlening. Abbé Boland beschrijft deze beweging in zijn boek Mes petits enragés, waarin hij ook het engagement van Raymond ten dienste van een van de eerste Chinese bisschoppen schetst.

In 1927 besluit de jonge man uit Verviers pater Lebbe te volgen en toe te treden tot de Société des Auxiliaires des Missions, die op dat moment nog slechts een project is. Lebbe en Boland hadden immers besloten deze vereniging op te richten na de wijding door paus Pius XI van de eerste zes Chinese bisschoppen op 28 oktober 1926, onder wie Mgr. Souen.

Raymond treedt eerst als lekenstudent toe tot het seminarie Léon XIII te Leuven, bestemd voor Belgische seminaristen met universitaire studies, en daarna als seminarist in voorbereiding op zijn zending bij Mgr. Souen, prefect en later apostolisch vicaris van Ankwo, ten zuiden van Peking. Hij spreekt met groot enthousiasme over China en over pater Lebbe, zowel met zijn seminariegenoten als tijdens bijeenkomsten van de Katholieke Actie. Op 4 december 1930 vertrekt hij als onderdiaken naar China. Het jaar daarop wordt hij door Mgr. Souen tot priester gewijd.

In Ankwo onderhoudt hij een regelmatige briefwisseling met vroegere medestudenten van het seminarie, terwijl hij er achtereenvolgens werkzaam is als secretaris van de bisschop, leraar (waarbij hij snel het Chinees onder de knie krijgt), predikant, bouwmeester en aalmoezenier. Gaandeweg wordt hij zich bewust van de noodzaak voor de Kerk om een weg te vinden tussen de fascistische en communistische stromingen die de Chinese elites beheersen.

Tijdens de Chinees-Japanse oorlog, die in juli 1937 uitbreekt, verbinden pater Lebbe en een aantal van zijn Kleine Broeders van Sint-Jan-de-Doper zich ertoe de gezondheidsdienst van het Chinese leger bij te staan. In 1938 wordt Raymond benoemd tot waarnemend overste van de jonge congregatie van de Kleine Broeders, evenals van haar vrouwelijke tegenhanger, de Kleine Zusters van de heilige Theresia van het Kind Jezus. In februari 1940 vervoegt hij pater Lebbe aan het front in Lin-hsien, voornamelijk om hem ertoe te bewegen de Constituties van de Kleine Broeders op te stellen. Zij werken hier tien dagen samen aan, waarna zij uit elkaar gaan met het voorgevoel dat zij elkaar niet meer zullen terugzien. Pater Lebbe overlijdt inderdaad op 24 juni 1940.

Na het vertrek van de burgerlijke autoriteiten uit het district Ankwo wordt Raymond de facto de verantwoordelijke van dit gebied. Vanaf 1940 komt het landelijke deel van de regio echter onder communistische controle, in strijd met de Japanse bezetter. Het missionaire werk wordt gevaarlijk. In maart 1943 wordt Raymond door de bezetter gearresteerd als onderdaan van een vijandig land en geïnterneerd in het kamp van Weihsien (Shandong), waar zich ongeveer 1.700 gevangenen bevinden, onder wie zes priesters van de Société. Emmanuel Hanquet, een van hen, beschrijft in zijn Memoires de listen die Raymond gebruikte om post heimelijk buiten het kamp te smokkelen. Raymond zelf gaat uitvoerig op deze geheime operaties in zijn boek The Enemy Within in.

Na zijn bevrijding in augustus 1945 vestigt hij zich in Peking, waar de bisschop hem vraagt bijstand te verlenen aan de vele vluchtelingen die er toestromen. Op 17 december wordt hij ontvangen door president Chiang Kai-shek, met wie hij wil samenwerken in de geest van pater Lebbe. De opperbevelhebber spoort hem aan mee te werken aan de wederopbouw van het land, die noodzakelijk wordt geacht om het communisme af te remmen. De bemiddelingsmissie tussen nationalisten en communisten onder leiding van de Amerikaanse generaal Marshall mislukt echter begin 1947, waardoor de burgeroorlog onvermijdelijk wordt.

Vanaf dat moment wijdt Raymond zich aan het geven van lezingen in verschillende steden van China om het anticommunistisch verzet aan te moedigen en de misdaden aan te klagen waarvan hij sinds het begin van de oorlog getuige was geweest. Het Rode Leger bezet echter weldra bijna het hele land. Gewaarschuwd dat hij op een lijst staat van personen die onmiddellijk moeten worden uitgeschakeld, verlaat Raymond begin 1949 definitief China. Vervolgens zet hij zich in voor Chinese vluchtelingen in het buitenland en voor de oprichting van een anticommunistische Liga in de Verenigde Staten, waar hij zich vestigt en in 1980 overlijdt.

Tot zover de betrouwbare gegevens waarover ik momenteel beschik met betrekking tot het leven en de activiteiten van Raymond de Jaegher. Er valt nog veel over hem te ontdekken. Deze informatie is afkomstig uit de Lebbe-archieven en uit de volgende werken:

  • J. Leclercq, Vie du Père Lebbe (1955)

  • A. Boland, Mes petits enragés (ca. 1930)

  • R. de Jaegher & Irene Corbally Kuhn, The Enemy Within (1952 ?), later in het Frans uitgegeven als Tempête sur la Chine, Parijs, 1953

Cl. Soetens